U bent hier: Home / Vrije tijd / Cultuur / Musea / La Boverie / De verzamelingen / L'oeuvre du mois / Jules Raeymaekers
Document acties
Nieuwsafbeelding - klik om de volledige afbeelding te bekijken

Jules Raeymaekers

Jules Raeymaekers, Avond in de Ardennen (Leven in de velden in de Ardennen)

Olieverf op doek, 112 x 172 cm

AM 107/108

Gekregen van de kunstenaar in 1888

 


 

Welke wandelaar in de Ardennen heeft niet meegemaakt dat deze avonden in zo'n bijzonder licht vallen, voordat de nacht aanbreekt?

Hoe kunnen we niet bezwijken voor deze stille, authentieke en sobere momenten, die de boeren van weleer aan het werk op het land tonen?

Na deze moeilijke periode die wij allen, ieder op zijn eigen manier, hebben doorgemaakt, zijn wij het erover eens dat wij moeten terugkeren naar het wezenlijke, naar wat ons persoonlijk voedt, maar ook en vooral naar de band die ons met anderen bindt. Daarover vertelt Jules Raeymaekers in "Soirée en Ardenne".

Jules Raeymaekers (Laken, 1833 - Houffalize, 1904)

Jules Raeymaekers werd geboren te Laken in 1833. Er zijn zeer weinig verslagen over zijn artistieke loopbaan en zijn productie is niet erg overvloedig. Er is ons niets overgeleverd over zijn jeugd en opvoeding.

We weten dat hij zeer geïnteresseerd was in pleinairisme. Deze term verwijst naar die 19e eeuwse kunstenaars die de open lucht introkken en schilderden wat zich voor hen bevond. Zij gaan zitten voor een landschap dat hen inspireert en geven het realistisch weer, met de nadruk op lichteffecten.

De kunstenaar richtte eerst een klein atelier op in de weilanden van Schaarbeek en verhuisde daarna naar Tervuren, waar zich een kunstenaarskolonie vormde die bekend kwam te staan als de Tervurense School. Er was geen sprake van lesgeven, noch van leerlingen. Deze term, ironisch genoeg door Raeymaekers zelf gekozen, werd niettemin een formele benaming in de Belgische kunstgeschiedenis.

Het verwijst naar een groep schilders en vrienden die terugkeren naar een realistische weergave van de wereld waarin de natuur centraal staat. In die tijd werd het de Belgische School van Barbizon genoemd.

Barbizon is een dorp in de regio Seine-et-Marne, op veertig kilometer van Parijs, aan de rand van het bos van Fontainebleau, dat in de jaren 1820 door Franse schilders werd bezocht. Deze laatste weigerde categorisch de conservatieve en klassieke voorschriften van de schilderacademies en wilde niets anders dan landschappen schilderen in de open lucht, vrij. Meer dan tien jaar later deelden de kunstenaars van Tervuren dezelfde leefregels. Zij worden dus op natuurlijke wijze gelijkgesteld en vergeleken met deze kunstenaars van Barbizon.

De oorsprong van Tervuren als artistieke bestemming dateert uit de jaren 1840 en 1850. Veel later, in het begin van de jaren 1860, vestigden zich er vele schilders, zoals Jules Raeymaekers, Edouard Huberti, Jules Montigny en Alphonse Asselbergs.

Rond 1863 bezocht Hippolyte Boulenger de dorpsherberg "Au Renard" waar de schilders van de eerste generatie van de School van Tervuren samenkwamen om te drinken en te praten over kunst. Hippolyte, zonder geld en met een grote mond, neemt de leiding van deze vrolijke bende en wordt het evenbeeld van deze schilderskolonie. Hij werd de emblematische kunstenaar. Meer dan tien jaar lang leefden zij samen een bohemien leven, waarbij zij regelmatig feestten en schilderden.

Deze eerste generatie Tervurense schilders stierf echter uit na de dood van Hippolyte in 1874. De parenthese van een gouden tijdperk sloot zich onverbiddelijk. De groep verloor zijn leider, een artiest met een stralend charisma en talent, en viel uit elkaar. Jules Raeymaekers verliest een goede vriend en artistiek medeplichtige. Hij moest zijn leven veranderen en besloot in 1879-1880 Tervuren te verlaten voor Houffalize.

Aanvankelijk huurde Jules een kamer in het Hôtel des Postes en in 1885 kocht hij een klein huis ernaast. Dit kleine, pretentieloze huis stelde hem in staat vele schilders uit Tervuren te ontvangen met wie hij het omliggende platteland schilderde.

Na meer dan twintig jaar in Houffalize te hebben doorgebracht en onvermoeibaar te hebben geschilderd, overleed hij daar in 1904 aan een longontsteking. Overeenkomstig zijn wens werd zijn huis gelegateerd aan de Belgische Staat om er landschapsschilders te ontvangen.

Avond in de Ardennen

Het Musée des Beaux-Arts kocht het schilderij in 1888 van de kunstenaar. De tweede titel is "Leven in de velden in de Ardennen". Het werk toont boeren aan het werk op een Ardens plateau in de kleuren van de zonsondergang. Jules maakte van de dageraad en de schemering zijn grote specialiteit, die hem in staat stelde met kleur en sfeer te spelen.

Hij had grote bewondering voor Jean-François Millet, een schilder uit Barbizon, die soortgelijke onderwerpen schilderde. De aanblik van boeren aan het werk in een bucolische omgeving maakte grote indruk op hem. Arbeid, landbouwarbeid en ontberingen voegen een sociale dimensie toe aan deze landschapsvoorstellingen, die typerend zijn voor de realistische schilderkunst.

Naast een nauwgezette weergave van het landschap en de klederdracht, heeft de schilder zich ook ingespannen om de landbouwpraktijken van de streek van Houffalize weer te geven. De boeren in de scène zijn in feite bezig met "écobuage", een techniek om bebouwbare grond terug te winnen uit hakhoutpercelen of bospercelen. Om de hele oppervlakte vrij te maken, wordt de bovenste laag grond midden in de zomer met een schoffel in fijne kluiten losgemaakt. Half september hanteren de boeren de tweetandige haken die ecobue of fossou (in het Waals) worden genoemd en plaatsen ze de tongen in de vorm van kachels. Deze worden dan tot de rand gevuld met droge bladeren en mos.

Op een windstille avond, worden deze heuvels in brand gestoken. De boeren houden toezicht op de verbranding en vullen de kachels bij als dat nodig is, zodat al het materiaal wordt verbrand. De operatie kan wel een week duren. De met het afval van de verbranding verrijkte grond wordt vervolgens ingezaaid en gedurende twee jaar bebouwd. De arme Ardennenaar haalt zijn brood voor vijf à zes maanden uit de grond die hij heeft herwonnen door middel van rooien. Dit uitputtende werk stelt hem in staat de broodnodige gewassen toe te voegen in een streek waar teeltgrond schaars is.

Jules Raeymaekers is een goed waarnemer, maar hij vangt het plattelandsleven dat zich voor zijn ogen ontvouwt in het moment. Meer dan een encyclopedist is wat hem in deze landelijke taferelen verleidt nog steeds en altijd deze natuur die door de mens wordt gedomesticeerd, die ermee in gemeenschap treedt en die zijn collectieve leven door en via haar organiseert. Hij dicht, in dalende kleuren, over de aard van de mens en raakt ons tot in het diepst van ons hart.

 

Grégory Desauvage 
Curator - Museum voor Schone Kunsten Luik 
La Boverie