U bent hier: Home / Vrije tijd / Toerisme / Ontdek Luik / Geschiedenis
Document acties
Geschiedenis

Geschiedenis

Alles begint bij de rivier

Deze eeuwenoude stad is door haar verleden getekend en draagt er de onuitwisbare sporen van. Zo lopen moderne constructies en verkeersaders er langs historische gebouwen.

De stadsinrichting, de plaatsnamen en de meest karakteristieke monumenten schreeuwen een en al geschiedenis.

Van de eerste vestiging aan de oevers van de Légia tot aan de gigantische werken waarbij de tunnel van Cointe aangelegd werd, wat een verandering!

Tijdens de prehistorie is een groep mensen zich gaan vestigen aan de samenloop van de Maas en de Légia. Op deze plaats bevindt zich momenteel de Place Saint-Lambert. De vroegste sporen hiervan gaan terug tot het middenpaleolithicum.

Duizenden jaren later werd eveneens op deze plek, in de IIe eeuw na Christus, een grote Romeinse villa gebouwd; ook daar zijn een aantal personen die zich door de nabijheid van het water aangetrokken voelden vervolgens samengekomen. Zodra ze gekerstend werden, maakten ze er en een plaats van waar vereringen plaatsvonden. In de bescheiden kapel werd Lambertus, de bisschop van Tongeren-Maastricht, omstreeks 705 vermoord. Deze gebeurtenis zal bepalend zijn voor de toekomst van Luik. De plek groeit snel uit tot een vaak bezocht bedevaartsoord: het dorpje ontwikkelt verder en gaat pas echt een belangrijke rol spelen wanneer de zetel van het bisdom naar daar wordt overgeplaatst. Naast de kerk komt al snel een paleis te liggen.

De roeping van Luik wordt daarmee bezegeld voor het hele Ancien Régime: het zal een bisschoppelijke stad zijn met tal van kerktorens die er uit de grond zullen rijzen.

Legia sive Leodium vulgo Liege 1649 - p02-Hollar-C2Ch2-4-web.jpg
Wenceslas Hollar
Legia sive Loedium vulgo Liege
1649
Patrimoniale fondsen, Bibliotheek Ulysse Capitaine
C2Ch2-4

 

Volet de Dyptique Palude représentant l'assassinat de saint Lambert
Het luik Dyptique Palude dat de moord op de Heilige Lambertus voorstelt
olie op hout, rond 1488
Voormalige Lage Landen of Luik
Grand Curtius

 

Het prinsdom Luik

Toen bisschop Notger (972-1008) vanaf 980 prins werd, maakte hij van Luik de hoofdstad van een kerkelijk prinsdom waarvan het grondgebied, dat verschilde van dat van het bisdom maar er wel een aanvulling op was, behoorde tot het Heilig Roomse Rijk en overeenstemde met twee derden van het huidige Wallonië. Zo hebben alle administratieve en gerechtelijke instellingen zich in Luik gevestigd en kwam het intellectuele en artistieke leven er volop in ontwikkeling.

Voordien had bisschop Heraclius (959-971) zich teruggetrokken op de heuvel Publémont en had hij deze natuurlijke verdedigingssite door middel van allerlei constructies willen versterken. Hij laat er de kapittelkerk Sint-Maarten bouwen en ziet er een nieuwe kathedraal in. Notger gaat zich op zijn beurt opnieuw lager in het dal vestigen, maar laat versterkte stadsmuren rond Luik bouwen, waarbinnen hij de kapittelkerk Sint-Denijs sticht. Hij wijdt de kathedraal van Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Lambertus in, laat de Heilig Kruiskerk bouwen en op het eiland dat omringd wordt door de armen van de Maas laat hij de kapittelkerken Sint-Paulus en Sint-Jans bouwen.

Zijn opvolger, Balderik II van Luik (1008-1018) zet zijn werk verder door de benedictijnerabdij Sint-Jacobus de Mindere en de kapittelkerk Sint-Bartolomeüs te stichten. Deze religieuze gebouwen zijn stuk voor stuk plekken waar mensen samenkomen in streken waar de bevolking schaars is. De Heilige Stad liet zo een burgerlijke stad ontstaan; bisschop Albert de Cuyck (1194-1200) kende de stad omstreeks 1196 vrijheden en autonomie toe. Vanaf de XIIe werd in Luik uitgevaardigd dat de arme man koning is bij hem thuis, iets unieks in Europa.

Collégiale Saint-Martin
Kapittelkerk Sint-Maarten

 

Vanaf de XIVe eeuw werd het gezag van de bisschop ingetoomd door capitulaties die gezworen werden bij zijn troonsbestijging en door de vrede die gesloten werd naar aanleiding van conflicten met zijn onderdanen. Hij moet rekening houden met zijn kiezers, met het kapittel, maar ook met de adel en de steden. Daar overheerst het corporatisme, na een bittere strijd tussen de "groten" (de edelen) en de "kleintjes" (de ambachtslieden) die in hun beroepen een zekere vorm van samenhorigheid gevonden hadden.

Dramatische gebeurtenissen in Luik waren hierbij onvermijdelijk. Zo staken de "kleintjes" in de nacht van 3 op 4 augustus 1312 de grote toren van de kapittelkerk Sint-Maarten in brand waar de "groten" zich in verschanst hadden. Deze tragische pagina uit de Luikse geschiedenis staat gekend als de Sint-Maartensramp. Daarna werden de drie staten gevormd. Het land was voortaan niet enkel een stuk grond, maar het geheel aan verlangens die dit grondgebied vertegenwoordigen. Dit leidde er op 18 juni 1316 toe dat de bisschop de eerste politieke constitutie van de Luikse staat uitriep: de vrede van Fexhe.

Het land werd steeds vrijer, maar zodra het in aanvaring kwam met een prins die over sterke bondgenoten beschikte, loerde het onheil om de hoek. Door de plannen van de Bourgondische hertogen die ervan droomden om opnieuw Lotharingen te vormen, was de XVe eeuw er een vol tegenspoed voor de Luikenaars. Na de Slag bij Othée (23 september 1408) volgde de Sanctie van Rijsel (24 oktober 1408) die de nationale wetten met de grond gelijk maakt en de prins-bisschop Jan van Beieren (1390-1455) de absolute macht verleende. Na het bewind van Jan van Heinsberg (1419-1455), die het land trachtte te herorganiseren, werd de klok teruggedraaid door Lodewijk van Bourbon (1456-1482), de neef van hertog Filips de Goede.

Op 30 oktober 1468 maakt Karel de Stoute zich meester van Luik. Hij plundert de stad, verwoest ze op een barbaarse wijze en steekt ze in brand op 3 november, de dag waarop Sint-Hubertus gevierd wordt. De dagen van deze middeleeuwse stad waren geteld en het hele land krijgt een harde klap te verduren.

Zodra Karel de Stoute van het toneel verdwenen was, bleven de Luikenaars niet bij de pakken zitten. Onder Everhard van der Marck (1505-1538) werd Luik opnieuw de religieuze, administratieve en gerechtelijke hoofdstad. Om te beginnen werd de stad opnieuw opgebouwd zonder hierbij af te wijken van de voormalige stadsinrichting.

Zo was gotische architectuur nog steeds erg in trek alvorens andere invloeden hun intrede deden. Het imposante paleis dat Everhard van der Marck liet bouwen getuigt van deze nieuwe wind die waaide. Tal van kanunniksverblijven, zoals die van Torrentius of Bocholtz, namen zo de stijl over van de Italiaanse renaissance, terwijl de herenhuizen voor een eenvoudigere stijl kozen die de naam Maaslandse renaissance kreeg. De Italiaanse mode kwam er vooral dankzij de Contrareformatie die, op één eeuw tijd, de bouw van een honderdtal kerken in het prinsdom Luik bevorderde.

Doorheen de vroegmoderne tijden zijn er twee constanten die de Luikse politiek zullen domineren: de interne volksbewegingen in bedwang houden en ervoor zorgen dat de neutraliteit van het land in het buitenland erkend wordt. De prinsen uit de koninklijke familie van Beieren, die mekaar in Luik bijna ononderbroken opvolgende van 1581 tot 1763, namen deze dubbele taak, met afwisselend succes, voor hun rekening.

Nieuwe kansen, zoals in het geval van Jan Curtius (1628), ontstonden in sectoren die voortvloeiden uit de oorlogen die zich met name in Nederland afspeelden. Sindsdien werden armen en rijken, of meer bepaald de groeperingen Grignoux en Chiroux, meermaals tegenover mekaar geplaatst in onderlinge geschillen. Dit bereikte een hoogtepunt in 1637 met de moord op burgemeester Sébastien La Ruelle.

Anderzijds leidden een aantal onverstandige bondgenootschappen die de bisschoppen zonder hun onderdanen aangingen ertoe dat de citadel in 1676 gesloopt werd en toen Johan Lodewijk van Elderen (1688-1694) de oorlog verklaarde aan Lodewijk XIV werd Luik in 1691 door de Fransen gebombardeerd op bevel van maarschalk Boufflers. Het stadhuis en heel wat andere gebouwen werden vernietigd. Ze werden opnieuw opgebouwd in de stijl van die periode. Hetzelfde gebeurde met de zuidelijke vleugel van het paleis, die verwoest werd na de brand van 1734.

In de XVIIIe eeuw volgde een relatief vreedzame periode waarin een aristocratische republiek het daglicht zag. Er werd volop genoten van de verrukkingen die de Luikse regio te bieden heeft, hoewel deze weliswaar ongelijk verdeeld waren. Velbrück (1772-1784), een verlichte prins, zag de ernst van de situatie in en probeerde een oplossing te vinden, maar de blunders van Hoensbroeck (1784-1792) zorgden ervoor dat de oppositie zich verenigde

Einde van het Ancien Régime

La cathédrale en ruines vue de la place verte après 1815
Jean-Nicolas Ponsart
De verwoeste kathedraal gezien vanop de Place Verte na 1815
Grand Curtius

 

Départ des volontaires liégeois pour Bruxelles, 1878
Charles Soubre
Vertrek naar Brussel van Luikse vrijwilligers, 1878
Museum voor Waalse kunst.

 

Op 18 augustus 1789 breekt de revolutie uit in Luik. De dagen van het prinsdom zijn geteld. Vanaf 1795 zou het kleine Frankrijk aan de Maas, zoals Michelet het noemde, deel uitmaken van de Franse Republiek en zou het enkel nog in de harten van de Luikenaars blijven bestaan. De Sint-Lambertuskathedraal werd opgeofferd als symbool van de kerkelijke macht.

Nadat ze gesloopt werd, liet ze een grote leegte achter in de oude stad. In een poging om de herinnering eraan te vereeuwigen werd een grote piek, vergelijkbaar met die van de gesloopte kerk, aangebracht op de kapittelkerk Sint-Paulus, die in 1810 een kathedraal werd. Maar wie legt vandaag de dag de link nog?

Onder Frans bewind werd Luik gekozen als centrum van het Ourthedepartement. De prefectuur werd gevestigd in een opmerkelijk verblijf in Lodewijk XVI-stijl, dat in 1775 door de architect Barthélémy Digneffe voor Hayme de Bomal werd opgericht.

Terwijl de wijk Outremeuse na het bombardement van 1794 opnieuw in opbouw was, leidden de Napoleontische oorlogen tot de oprichting van de kanongieterij "Fonderie de Canons" in de Rue Saint-Léonard.

Na Waterloo (1815) werd het Luikse grondgebied overgedragen aan Willem van Oranje, koning der Nederlanden. De voormalige hoofdstad werd dan het administratieve centrum van de provincie Luik en behield zo belangrijke tertiaire functies.

In 1817 werd er een universiteit opgericht en tussen 1818 en 1820 werd een enorm theater gebouwd. Op hetzelfde moment ging John Cockerill (1790-1840) zich in Seraing vestigen, wat voor een enorme economische bloei in de hele regio zou zorgen. De groei van de kolenindustrie bevordert de ontwikkeling van de wapenfabricage en het glaswerk.  De stichting van Val-Saint-Lambert in het jaar 1825 geeft het startschot aan een ongeziene bloei in deze sector.

Ondanks de positieve aspecten van het Nederlands bewind, spelen de Luikenaars, met Charles Rogier aan de leiding, een doorslaggevende rol bij de revolutie van 1830 die zal leiden tot de oprichting van het koninkrijk België. Wat de provincie betreft, waarvan de functie bepaald werd bij wet van 30 april 1836, behoudt Luik uiteraard haar positie.

Industriële revolutie en verstedelijking

In de XIXe eeuw komt Europa in een tijdperk van mechanisering terecht. De stad Luik, die dit pad al had ingeslagen dankzij haar vorige activiteiten, wordt een belangrijk industrieel centrum waarvan de groei te danken is aan de steenkool- en metaalnijverheid.  In 1837 wordt het bedrijf Vieille-Montagne opgericht, terwijl gedurende vijf jaar lang, van 1835 tot 1840, de voornaamste ondernemingen in de staalindustrie opgericht werden stroomopwaarts van Luik. Ook stroomafwaarts van de stad begon de industrialisering, meer bepaald rond de wapenfabriek Fabrique Nationale d'Armes de Guerre (1889).

Op dat moment zei Luik vaarwel aan haar oorspronkelijke aanblik; planologen wouden de stad saneren en ze tegelijk beter aanpassen aan het verkeer en de noden van het moderne leven.

De aanleg van een spoorweg zorgde zo voor een aanzienlijke ingreep in het stedelijk landschap.

Het station Luik-Guillemins dateert van 1842, dat van Longdoz van 1861. Ze hebben er nieuwe wijken doen ontstaan. Er werden ook enorme werken verricht om de verschillende armen van de Maas en de Ourthe droog te leggen of om te leiden.  De oorsprong van straten als, onder andere, Rue de l'Université, Rue de la Régence, Boulevard d'Avroy en Boulevard de la Sauvenière, moeten we daar zoeken.  Ze zullen het hart vormen van de nieuwe agglomeratie.

Heel wat constructies werden in de bouwsteigers geplaatst. Op 11 juni 1849 werd de eerste steen van het provinciaal paleis gelegd. Het werd door architect Delsaux in neogotisch stijl gebouwd op de plaats waar zich de stallen bevonden in de voormalige woonplaats van de prinsen-bisschoppen. Een nieuwe Pont des Arches, de vierde brug met deze naam intussen, werd officieel geopend in 1860. Om het risico op al te erge overstromingen te trachten te vermijden, werd in 1863 een Afwateringskanaal van de Ourthe aangelegd. Ten slotte werden grote verkeersaders in rechte lijn door de oude stadsstructuur getrokken. Zo zorgde de Rue Léopold, die in 1876 geopend werd, voor een enorme verandering in de wijk Madeleine. Bovendien onderging het "Ile du Commerce" en de directe omgeving daarvan een transformatie: een havenbekken werd gecreëerd nog voordat de ruime Esplanade des Terrasses, het Parc d'Avroy en de Boulevard Piercot met het monumentale Muziekconservatorium werden aangelegd (1886).  Deze nieuwe wijk, met zijn herenhuizen, vormt een homogeen en indrukwekkend geheel dat een goede weerspiegeling is van het liberale beleid en de weelde van destijds.

 

Affiche de l'Exposition internationale de 1905
Auguste Donnay
Affiche van de Wereldtentoonstelling van 1905
Archieven van de stad Luik

 

 

Vue de l'Exposition internationale de 1905
Emile Berchmans
Uitzicht op de Wereldtentoonstelling van 1905
Archieven van de stad Luik

 

Luik, de stad die steeds aan de spits van het verzet stond, kende in 1886 de eerste sociale rellen. Drie kenmerken vatten de XIXe eeuw in Luik samen: de ideologische conflicten tussen liberalen en katholieken in een wereldlijk bastion op het grondgebied van een voormalig prinsbisdom, de tweede grootste industriële macht ter wereld en de zetel van een zekere avant-garde bestaande uit socialistische en Waalse militanten.

De XXe eeuw

De wereldtentoonstellingen zijn de uitdrukking van de lokale industriële vaardigheden en van de wil om de rol als boegbeeld van de komende ontwikkelingen in deze nieuwe eeuw op zich te nemen. Ze hebben op hun beurt tot het begin van heel wat meer geleid.

De wereldtentoonstelling van 1905 lag aan de basis van het ontstaan van de wijken Vennes en Fétinne. We houden er meer bepaald de elegante brug Pont de Fragnée aan over, waarbij de architect Demany zijn inspiratie gehaald heeft bij de Pont Alexandre II in Parijs, en het gebouw waar momenteel het museum "La Boverie", in het Parc de la Boverie, gevestigd is. Het voormalige postkantoor Grand'Poste dateert van dezelfde periode. Het is van de hand van de architect Edmond Jamar en werd in neogotische stijl opgetrokken.

Met de 12 forten, die gebouwd werden tussen 1887 en 1892, dacht Luik goed beschermd te zijn tegen Duitse bedreigingen. De geschiedenis heeft aangetoond dat niets minder waar was. Het verzet verrast de vijand en de Slag om Luik duurt van 4 tot 16 augustus 1914.  Dit voorname wapenfeit leidde ertoe dat de Vurige Stede in 1919 het Legioen van Eer (Légion d'honneur) verleend kreeg van Raymond Poincaré, de president van de Franse Republiek. De Eerste Wereldoorlog werkte even als een rem op de ontwikkeling van Luik.

Toch begon de economie opnieuw aan te trekken vanaf 1919 en ze bleef groeien tot de crisis van de jaren 1930. De beurscrash en de werkloosheid slaan dan hard toe in de metaalindustrie en de kolenmijnen. Een ander zwart moment uit de geschiedenis, namelijk de overstroming van de Maas in januari 1926, heeft ervoor gezorgd dat de problemen die de oorlog met zich meebrachten minder snel van de baan geholpen konden worden.

Dankzij de afwerking van het Albertkanaal dat Luik met Antwerpen verbindt, wordt de economische activiteit opnieuw aangewakkerd.

In 1938 werd de autonome Haven aangelegd en de internationale tentoonstelling "Exposition internationale de la technique de l'eau" van 1939 was bedoeld om het potentieel van de Luikse waterwegen in de verf te zetten.   De wijk Droixhe en de buurt rond Coronmeuse, waar tot dan toe weinig te beleven viel, werden in de kijker gezet, maar de Tweede Wereldoorlog roept deze impuls snel een halt toe.

Luik, een garnizoensplaats, een stad met arbeiders- en vakbewegingen, een universitair en intellectueel centrum, werd op natuurlijke wijze een smeltkroes voor het verzet door middel van de sluikpers, de industriële intelligentie en sabotage.  Vanaf september 1944 werd het een logistiek centrum van het Amerikaanse leger en net daarom dus het ideale doelwit van de Duitsers. Deze situatie heeft tot heel wat bombardementen geleid en Luik kwam zwaar gehavend uit de oorlog.

Zodra de vrede terugkwam, gaf de stad blijk van een voorbeeldige wilskracht en de wederopleving werd enkel overtroffen door de moed van haar inwoners. De fabrieken draaien op volle toeren en de jaren 50 zijn bijzonder voorspoedig. Toen de kolenmijnen echter een na een verplicht werden om de deuren te sluiten, volgde er een periode van recessie.

Op 20 jaar tijd, tussen 1960 en 1980, verloor Luik twee derden van haar tewerkstellingen in de traditionele industrieën.  De tertiaire economie is deze langzaamaan gaan vervangen, terwijl de zware staal- en metaalnijverheid, na verschillende fusies van ondernemingen, zoals Cockerill, Espérance-Longfoz, Arcelor... de richting uitgingen van een sluiting van hun hoogovens in 2009.

In deze periode onderging de stad een modernisering van haar gebouwen, er kwam een drang tot verjonging en de grote verkeersaders werden tot in het hart van de stad doorgetrokken.  Heel wat appartementsgebouwen torenden voortaan hoog uit boven alle andere in Luik. Dit gebeurde vooral langs de Maas, waarbij we bijvoorbeeld kunnen denken aan de flatgebouwen op de "Plaine de Droixhe".

Om uit te kunnen groeien tot een metropool met een divers dienstenaanbod en om een zo groot mogelijk publiek aan te kunnen trekken, werd in 1958 een groot Congrespaleis ingewijd.

In het centrum van de stad werden verschillende straten enkel nog toegankelijk gemaakt voor voetgangers. Vandaag vinden we er tal van winkels en worden ze druk bezocht.

Bij de inrichting van de wijk Féronstrée kwam de aanleg van het administratief centrum (1967) van de stad kijken. Sinds 1977 neemt het een groot deel in van het llot Saint-George en beschikt het over diverse stadsdiensten en een museum voor Waalse kunst.

Op de Place Saint-Lambert vonden diepgaande en langdurige renovaties plaats. De werken hebben vijfentwintig jaar lang geduurd en maken er nu de plaats van waarvoor ze altijd bestemd is geweest: het kloppende hart van de stad. Het plein brengt het verleden, met het Archéoforum en de stilering van de Sint-Lambertuskathedraal, samen met het heden: de winkelgalerijen Saint-Lambert en Saint-Michel, het busstation en het gerechtsgebouw.

De jaren 1975-1990 worden gekenmerkt door een periode waarin wat gas teruggenomen wordt. De financiële moeilijkheden van de gemeentelijke instellingen en de economische crisis in het industriële bekken van de Luikse regio hebben de stad verplicht om op stand-bymodus te functioneren..

Vandaag en morgen

Médiacité
Médiacité

 

Gare de Liège-Guillemins
Station Luik-Guillemins
Bouwdirectie: Euro Liège TGV
Ingenieur en architect:
Santiago Calatrava
© eltgv-alainjanssens

 

De economische, en bijgevolg sociale, herstructurering zet zich door in vier domeinen: de verwerking van metaal (walserijen) de nieuwe technologieën (lucht- en ruimtevaart, microtechnologie en biotechnologie, ...), multimodale activiteiten en logistiek (tweede grootste binnenhaven van Europa, het nieuwe HST-station Luik-Guillemins en de luchthaven van Bierset), de beroepen in het kader van dienstverlening aan personen en het milieu.

Bij de millenniumwisseling werd er nieuw leven geblazen in de wijk Vertbois door middel van de ontplooiing van economische diensten en diensten van het Waalse Gewest.  De aantrekkelijke winkelcentra Belle-Île en Médiacité, prachtige renovatiewerken aan de pareltjes van de lokale architectuur - het Grand Curtis -, het museum van het Waalse Leven en de Schatkamer van de Kathedraal van Luik - net als het nieuwe station Luik-Guillemins, bieden heel wat veelbelovende perspectieven.

Luik, een bevoorrecht trefpunt van economische stromen en gebeurtenissen van beschavingen waarop de stad vaak haar eigen indrukwekkende stempel heeft kunnen drukken, is momenteel op zoek naar de weg die ze moet inslaan.  De stad lijkt weliswaar voorbestemd om in Europa als kruispunt tussen de Germaanse wereld en de Franstalige gebieden te dienen.  Daartoe zal ze dus verder moeten inzetten op het optimaal in de kijker zetten van haar rijke culturele erfgoed.

Bron: 'Histoire de Liège', Micheline Josse. Tweede editie aangevuld en herzien door Claudine Schloss @ Stad Luik - 2009 Hedendaagse foto's: Marc Verpoorten